Ga naar inhoud

Werken met een tolk gebarentaal: handig geregeld… toch?

Eerst even dit

In Nederland heb je als doof persoon recht op een tolkurenvoorziening: een regeling waarmee je tolken gebarentaal kunt inzetten zodat gesprekken toegankelijk worden. Klinkt goed geregeld, toch? Dat dacht ik ook, totdat je ermee moet werken.

Even in het kort.

In Nederland zijn er drie soorten tolkvoorzieningen: leefuren, werkuren en onderwijsuren. In deze blog kijk ik naar hoe die voorzieningen in de praktijk uitpakken. Want daar zitten best gekke regels in.

Ik zoom in op twee dingen: de 15% tolkuren voor werk en tolken op afstand.

15% tolkuren: succes met kiezen

Binnen de werkurenregeling krijg je een vast percentage tolkuren: 15% van je gewerkte uren. Werk je bijvoorbeeld 36 uur per week, dan heb je recht op ongeveer 5,5 uur tolk gebarentaal.

Op papier klinkt dat aardig, vooral als je in je werk weinig met praten, overleg of vergaderen te maken hebt. Maar als je in je werk veel communicatie hebt, kom je al snel uren tekort. Verrassing!

In de praktijk betekent dat:

  • je niet volledig kunt meedoen in je werk
  • óf keuzes moet maken: welk gesprek doe je mét een tolk gebarentaal en welk gesprek niet en moet je dat op een andere manier oplossen.

Soms moeten mensen zelfs van baan veranderen omdat ze met het aantal tolkuren hun werk gewoon niet goed kunnen doen. Niet omdat ze het werk zélf niet aankunnen, maar omdat ze niet kunnen deelnemen aan alle gesprekken binnen hun werk.

Laat dat eens even bezinken…

Vergelijk het met iemand in een rolstoel die niet bij vergaderingen op de tweede verdieping kan komen, omdat er geen lift is.

In zo’n situatie vinden we het heel normaal om het gebouw aan te passen, niet om die persoon dan maar van baan te laten veranderen. Maar bij tolkuren lijkt het antwoord ineens: 'Succes ermee'.

Waarom is dat hier anders?
Waarom krijgen we niet de uren die nodig zijn om ons werk te kunnen doen?

De 20 minutenregel (ja, echt)

Update:
Naar aanleiding van een mail die ik ontving van de organisatie die de beldienst voor doven verzorgd, heb ik meer duidelijkheid gekregen. Ik bleek iets niet helemaal goed begrepen te hebben.
Echter de ervaringen die ik beschrijf blijven gebaseerd op hoe ik dit in de praktijk ervaar.

Ik schreef in eerste instantie over de 20-minuten regel bij het bellen via Tolk op Afstand. Mijn ervaring was dat je na 20 minuten moet stoppen met het gesprek. Je kunt daarna opnieuw bellen maar dan begin je weer van voren af aan. Inmiddels heb ik begrepen dat dit anders zit.

Volgens de organiserende partij is tolk op afstand namelijk niet bedoeld om mee te bellen. Het is bedoeld voor korte, spontane gesprekken op het moment dat je geen tolk hebt.

Bijvoorbeeld: je raakt in gesprek met een andere ouder op het schoolplein en de communicatie verloopt moeizaam. Dan kun je tolk op afstand inschakelen. Dit kan maximaal 20 minuten. Daarna moet het tolken worden gestopt. Je kan wel opnieuw bellen, maar de kans is groot dat je dan een andere tolk in beeld krijgt, die midden in een gesprek terecht komt. Dat voelt toch raar.

Er is een andere dienst waarmee je kunt bellen als doof persoon: KPN Teletolk. Met deze dienst kun je onbeperkt bellen tussen 07:00 uur en 22:00 uur. Overdag kan dat met een tolk gebarentaal of via tekst. Na 22:00 uur is alleen tekst mogelijk.

Bellen via tekst is voor veel dove mensen niet ideaal. Veel doven kunnen Nederlands lezen, maar begrijpen het niet altijd volledig. Je kan het vergelijken met het lezen van een vreemde taal die je een beetje kent. Een gesprek via een tolk gebarentaal is vaak duidelijker: je ziet mimiek, nuance en emotie. Het gesprek leeft meer en is beter te volgen.

En die tijden. De dienst is 24 uur beschikbaar, maar 's nachts kun je geen gebruik maken van een tolk gebarentaal. Dus stel dat je 's nachts de huisartsenpost moet bellen, dan ben je aangewezen op tekst. Ook dat voelt...gek. Ineens kan je niet meer kiezen.

Daarnaast is bellen via KPN Teletolk best omslachtig. Je opent de app, kiest voor beeld (tolk gebarentaal) of tekst, voert een telefoonnummer in en moet afsluiten met een #. Het nummer wordt direct gebeld, ook als er nog geen tolk in beeld is. Tegen de tijd dat de tolk verschijnt, heeft de andere persoon vaak al opgehangen.

Ik merk dat mensen daarom liever Tolk op afstand gebruiken om te bellen. Daar zie je direct een tolk, geef je het nummer door en wordt er gebeld. Simpel.

Alleen... daar is die dienst dus eigenlijk niet voor bedoeld. En precies dát maakt het verwarrend. Twee diensten naast elkaar, met verschillende doelen, maar in de praktijk lopen ze door elkaar heen. Ik vermoed dat ik niet de enige ben die dit verwarrend vindt.

En nu?

Misschien is de oplossing wel veel simpeler: één duidelijke tolkendienst voor gesprekken én om mee te bellen. Ik ben voor.

Zolang communicatie afhankelijk is van regels, minuten en percentages, is inclusie geen vanzelfsprekendheid.